Wordt donateur

Wordt donateur

Opvang fretten

Opvang fretten

Adoptie fretten

Adoptie fretten

Fret vermist

Fret vermist

Fret gevonden

Fret gevonden

Agenda

Agenda

Voor het houden van fretten zijn twee verschillende wetten van belang. Dit zijn de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren (GWWD) en de jachtwet. Hieronder zullen beide wetten nog wat uitvoeriger aan bod komen.

Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren
Inleiding Heb jij een hond, een kat of misschien een paar exotische vissen in je aquarium? Dan weet je wat het is om voor dieren te zorgen. Om ervoor verantwoordelijk te zijn dat ze genoeg te eten krijgen, dat ze op tijd een schone bak hebben en dat ze gezond blijven. Je wilt dat het jouw dieren aan niets ontbreekt en dat ze een leuk leven hebben.

Veel mensen in Nederland zorgen voor dieren. Niet alleen mensen met huisdieren, maar ook boeren die dieren houden en oppassers in dierentuinen. Hoewel dit heel verschillende soorten dieren zijn, willen de mensen die voor deze dieren zorgen vrijwel allemaal hetzelfde: dat het dier gezond is en dat het zich goed voelt. Dat goed voelen noemen we ook wel 'welzijn'.

Dieren voelen zich niet altijd goed als ze in een kooi of een huis worden gehouden. Dieren horen eigenlijk in de vrije natuur te leven. Als dieren binnen worden gehouden moeten ze zich aanpassen. Vaak is dit geen probleem, soms kunnen ze dat echter niet. Het welzijn van deze dieren komt dan in gevaar. Als bijvoorbeeld veel varkens in een klein hok zitten, voelen ze zich niet goed. Ze kunnen dan agressief worden en elkaar bijten.

Het is niet altijd makkelijk om ervoor te zorgen dat je dieren zich goed voelen. Wat goed is voor dieren komt niet altijd overeen met wat goed is voor mensen. Voor ons is het leuk om naar de dierentuin te gaan en naar de dieren te kijken. Maar is het voor de dieren wel zo leuk om de hele dag aangegaapt te worden? En je oma kan wel graag een kanarie willen houden, het is maar de vraag of die kanarie daar zo'n zin in heeft, zo in z'n eentje in een kooitje zitten.

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft regels gemaakt om het welzijn van dieren die door mensen worden gehouden, zoveel mogelijk te garanderen. Daarnaast laat LNV onderzoek doen op het terrein van dierenwelzijn. Het ministerie geeft ook voorlichting over het onderwerp. In deze brochure lees je over het hoe en waarom van die regels, voor welke dieren ze gelden en wat LNV precies doet op het gebied van onderzoek en voorlichting.

Inhoud van de wet Om aantasting van dierenwelzijn te minimaliseren, besloot het ministerie van LNV een nieuwe wet te maken. Voor alle dieren die door mensen worden gehouden. Deze nieuwe wet werd in 1992 aangenomen, en heet: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). Uitgangspunt van deze wet is dat je geen handelingen met dieren mag verrichten, tenzij in de wet staat dat het wel mag (dit wordt het 'nee, tenzij'- principe genoemd). Dit in tegenstelling tot de vorige wetten, waarbij je bijna alles mocht doen, tenzij in de wet stond dat het niet mocht.


Kaderwet
De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is een 'kaderwet'. Dat betekent dat de wet een soort raamwerk geeft waarbinnen de uiteindelijke regels vastgesteld worden. De wet was dus nog niet af in 1992. Er zijn daarna regels vastgesteld op allerlei gebieden. Van de minimale grootte van boxen voor kalveren, tot een lijst van hondenrassen die een slee mogen trekken.
De laatste jaren legt LNV de nadruk op andere instrumenten dan wet- en regelgeving. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan voorlichtingscampagnes over dierenwelzijn.

Algemene regels
In de GWWD staan algemene regels die voor alle dieren gelden. Een aantal van deze regels wordt in de volgende hoofdstukken per diersoort uitgelegd. In de algemene regels staat onder andere dat het verboden is:
een dier onnodig pijn of letsel te veroorzaken, of zijn gezondheid of welzijn te beschadigen
een dier de nodige verzorging te onthouden
ingrepen te plegen bij dieren (tenzij anders in de wet staat)
dieren te doden (tenzij anders in de wet staat)
dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken.
Ook is iedereen verplicht een hulpbehoevend dier zorg te verlenen. Verder zijn er regels voor bijvoorbeeld:
de huisvesting van dieren (voor een aantal diersoorten)
het slachten van dieren
het vervoeren van dieren.
Soorten dieren
De regels in de GWWD gelden voor verschillende soorten dieren. Overeenkomst tussen deze dieren is dat het allemaal dieren zijn die door mensen worden gehouden. De soorten dieren waar de wet over gaat, zijn gezelschapsdieren (honden en katten, maar ook schildpadden, vogelspinnen enz.) en landbouwhuisdieren (bijvoorbeeld koeien en varkens). Voor de verschillende soorten dieren zijn de regels soms anders uitgewerkt.

 De fret in deze wet De fret wordt in deze wet niet specifiek genoemd. Wel valt de fret onder de GWWD. Hierdoor is ook deze wet op de fret van toepassing.
 Meer informatie?

Ministerie van LNV

Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (wettekst)

De jachtwet
 Inleiding

In 1923 werd de eerste Jachtwet van kracht. Hierin was het landbouwbelang groter dan het belang van de jacht. De jacht was voornamelijk gericht op het bestrijden van schade die het wild aanbracht aan de gewassen. Slechts een klein deel van de wet was gewijd aan belangen van de jacht en er werd nog helemaal niet gesproken over natuurbescherming.

De maatschappij ontwikkelde zich intussen verder en daarmee veranderde ook het jachtbedrijf. Dit leidde in 1954 tot een geheel nieuwe Jachtwet waarin een goede afstemming plaatsvond van de belangen van de landbouw (schadebestrijding), de natuurbescherming (behoud van soorten) en de jacht. In 1977 werd de wet opnieuw gewijzigd op belangrijke punten en werd het jachtexamen ingevoerd dat men sinds die tijd moet afleggen voordat men mag jagen.

Sinds 1 april 2002 is er de Flora- en Faunawet. Alles met betrekking tot de jacht wordt nu hierin geregeld. (bron)

Inhoud van de wet Wild waarop mag worden gejaagd 

De Flora- en faunawet maakt onderscheid tussen jacht, en beheer en schadebestrijding. In de Flora- en faunawet worden nog slechts zes diersoorten als wild aangemerkt waarop in beginsel zou kunnen worden gejaagd: haas, fazant, wilde eend, konijn, houtduif en patrijs. De jacht op de patrijs is niet geopend, zolang deze soort op de Rode Lijst staat. Voor de niet-wildsoorten geldt een regime van beheer en schadebestrijding. Dit regime is ook van toepassing op de zes wildsoorten buiten de openingstijden van de jacht.

Jachtrecht

De eigenaar of grondgebruiker kan het jachtrecht zelf uitoefenen of het verhuren aan anderen. Jachthouders kunnen onder voorwaarden anderen toestemming geven in of buiten hun gezelschap te jagen.

Periodes waarin gejaagd mag worden

Per wildsoort is vastgesteld wanneer de jacht geopend is. De minister van LNV heeft de volgende periodes vastgesteld:

  • Wilde eend: van 15 augustus tot en met 31 jan.
  • Haas: van 15 oktober tot en met 31 december
  • Fazantenhen: van 15 oktober tot en met 31 dec.
  • Fazantenhaan: van 15 oktober tot en met 31 jan.
  • Houtduif: van 15 oktober tot en met 31 januari
  • Konijn: van 15 augustus tot en met 31 januari
  • Patrijs: de jacht is niet geopend

De jacht is in deze perioden in beginsel toegestaan tussen zonsopgang en zonsondergang. Voor de wilde eend geldt dat de jacht in die periode is toegestaan van een half uur voor zonsopkomst tot een half uur na zonsondergang.

Geldige aktes

Iemand mag alleen jagen als hij in het bezit is van een geldige akte:

  • een jachtakte voor het jagen met geweer,
  • een valkeniersakte voor het jagen met een jachtvogel (slechtvalk en havik), en
  • een kooikersakte voor het jagen met een eendenkooi.

Zonder deze aktes is het jagen verboden.

De jachtakte wordt afgegeven door de chef van het regionale politiekorps in de regio waarin de woonplaats van de aanvrager ligt. Als de aanvrager niet in Nederland woont, is de korpschef van het politiekorps in de regio Haaglanden bevoegd. De valkeniers- en kooikersakte wordt door de minister van LNV verleend.

Voorwaarden

Aan de jacht is een aantal voorwaarden verbonden. Zo gelden er bijvoorbeeld beperkingen aan de jachtmiddelen en zijn er eisen waaraan jachtvelden moeten voldoen. De jager is bovendien verplicht om bij het jagen het wild niet onnodig te laten lijden.

Toegestane jachtmiddelen

De toegestane jachtmiddelen zijn: geweren, honden, niet zijnde lange honden, gefokte jachtvogels (havik en slechtvalk), geregistreerde eendenkooi, lokeenden of lokduiven, mits niet blind of verminkt, fretten en buidels. Geweren, die voor de jacht mogen worden gebruikt, maar ook geweren die voor beheer en schadebestrijding mogen worden gebruikt, kunnen op de jachtakte worden bijgeschreven.

 De fret in deze wet

Artikel 16.2:

Het is degene die zich in het veld ophoudt, verboden zich zonder gegronde reden met een fret, een buidel of een kastval te bevinden op gronden, waarop hij niet bevoegd is van die middelen gebruik te maken voor de uitoefening van de jacht of in verband met beheer en bestrijding van schade als bedoeld in de artikelen 65, 67 en 68.

 Meer informatie?

Ministerie van LNV

De jachtwet (wettekst)