Zindelijkheid
Fretten zijn van nature zindelijke dieren. Dat wil zeggen dat ze over het algemeen hun behoefte doen op een vaste plaats buiten hun slaapplek. Als ze die plaats eenmaal gekozen hebben zullen ze daar steeds opnieuw hun behoefte doen. We kunnen daar echter niet rustig met onze armen over elkaar op gaan staan wachten, want de fret kan weleens een plekje kiezen dat ons helemaal niet aanstaat.
Omdat een fret een vaste plaats gebruikt om zijn uitwerpselen en plasjes te deponeren, kunnen we hierop inspelen door het frettenpupje er al vroegtijdig aan te laten wennen om zijn behoefte te doen op een toiletbak. Daartoe pakken we het pupje op, zodra hij het nest verlaat om zich te ontlasten en zetten hem in de toiletbak. Dit vereist oplettendheid en regelmaat van de baas/fokker. Zeker wanneer er acht pups om de beurt hun best doen om de kooi te bevuilen. Vanaf de vijfde week ongeveer, zodra de jongen mee gaan eten van vast voedsel, zullen ze de neiging hebben zich te ontlasten buiten het nest. Dat is ook het moment waarop de training kan beginnen. Ruim alles wat niet in de toiletbak wordt gedaan, onmiddellijk weg. Daar waar een fret al wat gedaan heeft en hij de geur ervan ruikt zal hij het namelijk weer doen. Ook als het naast de bak ligt…
Aangezien fretten elkaars gedragingen overnemen, kunnen fretten die al zindelijk zijn op een toiletbak, een goed voorbeeld geven (in dit geval de moeder van de pups bijvoorbeeld).
Het frettentoilet
Heel belangrijk is dat de toiletbak vastgemaakt is en niet verschuiven kan. Een gewone platte bak, passend in een hoek van het verblijf, en er in vastgemaakt is de beste keuze. Staat de bak los in zijn kooi, dan wordt de toiletbak een speelobject. Dat is niet de bedoeling. De bak wordt dan weggeschoven en de fret zal erachter of ernaast zijn behoefte doen.
De toegankelijkheid (lage instap) speelt ook een rol, evenals de bodemoppervlakte van de bak. Driehoekige bakjes zijn vaak te klein om er helemaal in te gaan staan, zeker voor een mannetje. Een gevolg is dat hij ervoor gaat zitten.
De kattenkorrels kunnen beter niet rechtstreeks op de bodem van de kooi gestrooid worden, want dan wordt de plek die als toilet gebruikt wordt steeds groter. Bovendien is een uitneembare bak gemakkelijker te reinigen.
Gebruik als strooisel gewone, niet klompvormende kattensteentjes en geen andere strooisels. Lang niet alle kattenbakvullingen zijn geschikt om voor fretten te gebruiken, in verband met stofvorming en/of klompvorming.
Een nieuwe woning
Na een regelmatige training bij de liefhebber/fokker begint de taak voor de nieuwe eigenaar. Een ander huis voor de fret is leuk en spannend, maar het dier weet er niet vanzelf de weg. Zorg voor een juiste inrichting van het verblijf: de slaapplaats aan de ene kant, de frettenbak helemaal aan de andere kant. Zet de toiletbak liever niet een paar verdiepingen lager, dat geeft meer moeilijkheden. Kooien met verdiepingen brengen de zindelijkheid, zeker in het begin, vaak in gevaar. Sluit in dat geval, als het kan, één of twee verdiepingen tijdelijk af tot de fret goed zindelijk is op één verdieping.
Leg zijn eerste drolletje in zijn toiletbak. Al snel zult u zien dat het dier er later nog wat bij deponeert. Houd de omgeving van de frettenbak goed schoon, maar niet met sterk ruikende schoonmaakmiddelen. Soms heeft de fret de neiging om die sterke lucht te ‘bedekken’ met zijn eigen geur! Doet de fret het fout, leg dan op die plaats een gebruikte slaaplap van hem. Fretten bevuilen namelijk niet snel hun eigen slaapplek.
Een niet zindelijke fret is gemakkelijk zindelijk te maken door hem tijdelijk kleiner te huisvesten.
Een vieze frettenbak nodigt niet uit en de fret gaat er beslist naast zitten wanneer hij de kans loopt vieze voeten te krijgen. Dus het schoonmaken van de toiletbak moet met grote regelmaat plaatsvinden, minstens twee maal per dag. Hebt u meerdere fretten dan kan tussentijds wegscheppen van de drolletjes nodig zijn. Denk erom, een fret eet iedere drie uur, maar ontlast zich met dezelfde regelmaat.
Fretten gaan direct na het wakker worden, naar hun toiletbak. Laat de fret pas uit zijn kooi, nadat hij zijn behoefte gedaan heeft. Het dier mag nu onder toezicht een poosje lopen in één kamer. Na ongeveer 10-15 minuten zet u de fret weer eventjes terug in zijn kooi. Blijf dit herhalen tot het dier geleerd heeft dat hij in zijn kooi op de frettenbak zijn behoefte moet doen. Probeer te voorkomen dat de fret iets in de kamer doet, want dan zal hij het later opnieuw doen. Het spreekt voor zich dat de fret op een simpele wijze zijn kooi in en uit moet kunnen gaan om zijn behoefte te doen en er niet helemaal van boven af in moet klimmen bijvoorbeeld. Ofwel geef hem de beschikking over een toiletbak die hij tijdens zijn speeltijd in de kamer mag gebruiken. Ook dan moet hem aangeleerd worden er gebruik van te maken. Is de zindelijkheid in de kamer in orde dan kan er weer een ruimte bijgetrokken worden. Het is beter om de fret stap voor stap meer ruimte te geven, dan hem gelijk het hele huis te laten verkennen.
Help, mijn fret is weer onzindelijk!
Is de fret bronstig of loops, dan wordt er al snel hier en daar een ‘geurvlag’ geplant (zowel mannetjes- als vrouwtjesfretten doen dit), desnoods midden in de kamer of midden in de kooi. Dit ‘expres onzindelijk zijn’ gaat over na een castratie. Het is normaal gedrag, dat voorkomt bij dieren die niet gecastreerd, maar wel geslachtsrijp zijn. In dit geval helpt straffen niet omdat de dieren natuurlijk gedrag vertonen. Het planten van geurvlaggen kan ook gebeuren wanneer er vreemde dingen in huis zijn gekomen. Nieuwe vloerbedekking, maar ook bijvoorbeeld andere dieren, zoals logeerfretten, kunnen voor de fret een reden zijn om door middel van ‘geurvlaggen’ aan te geven dat het zijn territorium is.
Wat u ook absoluut niet moet doen:
-
De fret slaan bij een vergissing, het dier begrijpt daar niks van.
-
De fret met zijn kopje door de urine of ontlasting wrijven, dat heeft geen enkele zin.
-
Peper strooien of chloor gebruiken (is heel gevaarlijk voor het dier).
-
Geperste zaagselkorrels, krantenpapier of geperste maïsvezels gebruiken.
De zindelijkheid bij ziekte van het dier
Is uw fret ziek dan kan hij bij bijvoorbeeld diarree zo’n sterke aandrang hebben, dat het dier de toiletbak niet tijdig bereiken kan. Bedenk dat het veel beter is een ziek fretje te allen tijde rustig in zijn kooi te laten. Laat het beestje niet rondlopen, want hij zal misschien de boel vervuilen. Maar hij kan ook nog eens (met zijn vaak koortsige lijfje), kou vatten langs de tochtige grond. Heeft uw fret zich vervuild, dan is het van groot belang het diertje even te wassen met een washandje en goed droog te maken. Het is voor fretten stressverwekkend, wanneer hun pels bevuild is met urine of ontlasting. Zeker wanneer ze erin liggen, kan dit te veel stress veroorzaken bij het dier, wat zijn herstel niet ten goede komt.
Het is beter een frettenbak tijdelijk te voorzien van een paar lagen keukenrolpapier, wat direct veel vocht opneemt en u gemakkelijk weer weg kunt halen. U hebt dan ook meer zicht op wat er in de bak wordt gedeponeerd. Gaat u naar de dierenarts met de fret, maak de toiletbak dan van tevoren goed schoon en laat hem leeg zodat u eventueel een plasje (opzuigen met een pipetje) of een hoopje kunt meenemen naar de dierenarts voor onderzoek.
Enkele tips op een rijtje:
-
De fret direct op de bak zetten als het aanstalten maakt de behoeften te gaan doen.
-
De bak vastzetten: zo kan hij de bak niet telkens verplaatsen.
-
Een bak nemen die een hele kant afdekt: de fret kan zo niet kiezen voor de andere hoek. Hoekbakken, zoals die in de handel zijn, zijn daarom eigenlijk ongeschikt.
-
Niet al te veel grit gebruiken: fretten zien een volle bak soms aan voor zandbak.
-
De bak op tijd schoonmaken: een heel vieze bak zullen fretten mijden.
-
Na het verschonen een hoopje laten liggen: fretten bepalen hun plaats aan de hand van de geur van eerdere ontlasting.
-
Foutjes direct opruimen en de plaats goed schoonmaken.
-
Neutrale schoonmaakmiddelen gebruiken voor de reiniging van de bak: een sterke geur kan de reden zijn dat een fret de bak vermijdt.
-
Een ander merk grit uitproberen.
-
Een niet àl te groot hok nemen: hoe meer ruimte, hoe meer kans op onzindelijkheid. Je kunt ook een tijdelijke leerkooi gebruiken.
-
Lappen neerleggen op de plaatsen waar ze hun behoefte doen: slaapplaatsen bevuilen ze niet graag
