Het gebit
Het gebit
Een fret is een vleeseter. Hij heeft dan ook een gebit wat aangepast is aan zijn dieet. Kenmerkend voor het gebit van vleeseters zijn de duidelijk aanwezige hoektanden en de knipkiezen. De hoektanden zijn belangrijk om de prooi goed vast te kunnen houden en het vlees te kunnen verscheuren. Knipkiezen zijn puntige kiezen. Hiermee "knipt" het dier het vlees in stukken. Zo krijgt hij het vlees klein.
Het gebit
Het gebit van de fret bestaat uit aan weerszijden drie snijtanden, een hoektand, drie premolaren (valse kiezen), een en twee molaren (ware kiezen).
Tandsteen
Een gezond gebit is een eerste vereiste voor een goede opname van voedsel. Een gebit dat aangetast is, kan veel problemen veroorzaken. Fretten die gehinderd worden door een gebit dat niet in orde is, zullen in het algemeen ook moeizaam (hard) voedsel opnemen. Het dier krijgt pijn bij het kauwen, gaat voedsel weigeren, krijgt hoge koorts (vanwege een ontsteking) en is ziek. Vaak is het dier al enigszins vermagerd voordat het de eigenaar opvalt dat zijn fret slechter eet. Een vieze geur uit de bek kan wijzen op een ontsteking in de bek, hoewel er meer lichamelijke aandoeningen zijn waarbij dit symptoom voorkomt. Meestal is tandsteen in eerste instantie de oorzaak van gebitsproblemen.
Wanneer u dit tandsteen op tijd door middel van ‘gebitssanering’ laat verwijderen door de dierenarts voorkomt u hiermee dat de fret later mogelijk erg ziek wordt. Tandsteen is een groenbruine neerslag van voedselresten, bacteriën, kalkzouten en speeksel dat zich afzet op (meestal) de bovenkant van de tanden en kiezen, maar hem uiteindelijk helemaal kan bedekken. Het tandsteen vormt een harde korst, die aan de wangzijde van het gebit zit en langzaam ook onder het tandvlees aan de bovenzijde van de tand of kies voor problemen gaat zorgen.
Ontstekingen
Ontstekingen aan het tandvlees of de kaak zelf, die vaak een gevolg zijn van een slecht onderhouden gebit, hebben al menige fret een hoop leed gebracht. De ontstekingen kunnen zo heftig zijn dat het dier hier ernstig onder lijdt en er tanden of kiezen verloren kunnen gaan omdat het kaakbeen zelf door de ontsteking is aangetast. De tanden/kiezen die daardoor los gaan zitten zullen vervolgens moeten worden verwijderd door de dierenarts. Bijna iedere fret heeft na verloop van tijd wel wat tandsteen op het gebit!
Gebitssanering
Een goed moment om het gebit te laten controleren op ongerechtigheden is bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse enting. Regelmatige controle van het gebit als van de omliggende weefsels, zoals tandvlees en kaakbeen kan een hoop narigheid voorkomen. De dierenarts kan hulp bieden indien u veel tandsteen ontdekt bij uw dier(en).
Onder een heel licht roesje (narcose) kan de dierenarts met speciale kleine gereedschappen de tanden en kiezen ontdoen van de laag tandsteen. Wanneer de dierenarts het gebit af en toe controleert en schoonmaakt kunnen tegelijkertijd beschadigde tanden/kiezen nagekeken worden. Zonodig zal de dierenarts ze verwijderen.
Veel fretten hebben hoektanden waarvan stukjes zijn afgebroken, dit hoeft niet altijd ernstig te zijn. Zodra de tand echter donker verkleurt of er een roodverkleuring van het tandvlees erboven zichtbaar is, wordt controle van de tand noodzakelijk en zal de dierenarts overwegen of het beter is de tand te verwijderen. Het geven van harde brokjes kan de vorming van tandsteen een beetje tegengaan, maar oplettendheid blijft geboden.
Beschadigde tanden/kiezen in het gebit
Hoewel het volgens de wet verboden is (GWWD Ingrepenbesluit), komt het nog steeds voor dat mensen de hoektanden van hun fret afvijlen of knippen, uit angst door het dier gebeten te worden. Dit gebeurt door mensen die onwetend zijn wat betreft het gedrag van de fret, en zich ook niet bekommeren om het welzijn van het dier. Door het knippen van de tand komt de pulpaholte, met de zenuwvezel daarin, bloot te liggen en is vervolgens onderhevig aan invloeden van buitenaf. De tand wordt daardoor erg pijnlijk. Bovendien kunnen infecties of ontstekingen op den duur de kop opsteken. Later verkleurt de tand en gaat dood.
De hoektanden kunnen ook beschadigd raken doordat een fret van een hoogte valt, en neerkomt op een harde ondergrond. Omdat het dier zulke korte pootjes heeft, die een schok nauwelijks op kunnen vangen, komt de fret meestal bij een val ook met zijn kopje op de grond terecht. De bovenhoektanden, die enigszins uitsteken, worden daarbij soms beschadigd. Doorgaans breekt er dan maar een klein stukje van de punt van de tand af en blijft de pulpaholte nog gesloten. Er ontstaat daarbij in het algemeen weinig schade. Hoektanden die ontstoken zijn en los zitten in de kaak zullen op den duur moeten worden verwijderd. Dit dient echter uitsluitend te gebeuren bij ernstige aantasting van de tand of het kaakbeen. In verband met het binnenhouden van de tong, is het van belang die hoektanden zo lang mogelijk te laten zitten.
